De dagboeken en brieven van de joodse Etty Hillesum, een 27-jarige joodse vrouw, werden geschreven midden in bezet Amsterdam. Tegen het dreigend decor van de oorlog legt zij verantwoording af van haar groeiend geloof in de menselijke mogelijkheden.
Haar hyperintelligente en sensitieve geest ontworstelt zich aan de machten die op haar ondergang uit zijn. Zij schrijft haar dagboek, en ontsteekt er een licht mee voor zichzelf en zoveel jaren later voor honderdduizenden anderen.